Een open brief aan een Duurzaam Meisje

Beste Helen Buijs,

In het artikel “Vier redenen om tegen Oekraïne te stemmen 6 april” noem je de GMO’s van Monsanto als belangrijkste reden om tegen het verdrag met Oekraïne te stemmen. Inmiddels is het referendum voorbij, maar toch wil ik nog even stilstaan bij de argumenten die je hier aandraagt. Deze argumenten werden mij namelijk voorgeschoteld in een discussie op de Facebook pagina, en ik wil graag laten zien waarom ik het hier niet mee eens ben, en waarom ik denk dat genetische modificatie, mits goed toegepast, juist kan bijdragen aan een duurzame en veilige voedselproductie.

Het artikel gaat met name in op herbicidetolerante (HT) en insectresistente (IR) gewassen. Je begint met deze uitleg voor herbicidetolerantie:

Om hun gewassen resistent te krijgen hebben ze het DNA van de plant zo aangepast dat de plant zelf een klein beetje Roundup (glyfosaat) aanmaakt. Hierdoor voelt de onkruidverdelger voor de plant aan als een eigen stof.

Ik ben erg nieuwsgierig naar de bron hiervan, want ik kan er zelf niks over vinden. Wat ik wel heb gevonden is het volgende:
Glyfosaat blokkeert het Shikimate-pathway in planten. Deze keten produceert aminozuren die noodzakelijk zijn voor de werking van het metabolisme. Zonder deze aminozuren wordt de stofwisseling stilgelegd en sterft de plant. Dit doet glyfosaat door te binden aan één enzym (EPSPS synthase) waardoor het enzym niet meer in de keten past. De resistente vorm (CP4-EPSPS synthase) bindt nog steeds aan glyfosaat, maar wordt hierdoor niet gehinderd in zijn functioneren.

“The CP4 enzyme has unexpected kinetic and structural properties that render it unique among the known EPSP synthases. Glyphosate binds to the CP4 EPSP synthase in a condensed, noninhibitory conformation.”

Door het ingebrachte gen creëert de plant dus een andere vorm van EPSPS synthase die kan functioneren onder invloed van glyfosaat. Er is geen sprake van een eigen productie van glyfosaat.

“Alles wat om de genetisch gemodificeerde gewassen heen met Roundup in aanraking komt sterft. Onkruid, maar ook gewassen die niet ‘Roundup ready’ zijn, bijtjes, vogeltjes. Op die plek zal ook nooit meer iets anders kunnen groeien dan Roundup-ready-gewassen.”

Deze keer wil ik je vragen waar het op gebaseerd is dat er na het gebruik van RoundUp niks anders dan gemodificeerde gewassen kunnen groeien. Van wat ik kan vinden is glyfosaat juist minder actief in de bodem. De effectiviteit van glyfosaat stimuleert boeren ook om minder te ploegen, wat weer gunstig is voor het bodemleven. Net als bij alle pesticiden treedt er bij veelvuldig gebruik echter wel resitentie op. Dit is waar ik o.a. op doelde met “mits goed toegepast”. Ter voorkoming van resistentie adviseren zelfs de grote agrobedrijven om niet jaar na jaar hetzelfde gewas en dezelfde pesticiden te gebruiken:

In some cases, herbicide tolerant crops have been perceived by growers
as a total weed control solution which may result in over-reliance
on a single herbicide for weed control. The result of reliance on one herbicide
for weed control is often weed shifts and the evolution of herbicide resistant weeds.

Ze sturen aan op Integrated Weed Management (IWM), waarbij alle mogelijke onkruidbestrijdingen worden gecombineerd (ploegen, herbiciden, gewasrotatie etc.)  om een economische en duurzame landbouw te creëren. Herbicidetolerante gewassen zijn daar één onderdeel van.

Het is ook nogal misleidend om te suggereren dat glyfosaat in dieren dezelfde werking heeft als in planten. Glyfosaat werkt op het “Shikimate pathway” dat specifiek in planten en sommige micro-organismen voorkomt. Hoewel er nog steeds gevolgen zijn voor dieren mits ze maar genoeg binnenkrijgen, zijn dit effecten van een heel andere schaal. Voor mensen en andere zoogdieren, vogels, vissen en ongewervelden heeft het een lage tot zeer lage toxiciteit. De toxiciteit voor waterleven lijkt vooral te komen door de oppervlakte-actieve stoffen (“surfactants” in de link) waar pesticiden vaak mee gemengd worden. Daarnaast moeten we ons dan afvragen hoe deze effecten zich verhouden ten opzichte van de alternatieven.

Ik wil niet beweren dat glyfosaat net zo onschadelijk is als water. Het feit is alleen dat boeren vóór glyfosaat ook al pesticiden gebruikten. Dan lijkt het mij onzinnig om zo op glyfosaat te focussen, als de alternatieven schadelijker zijn. Ik moet bekennen dat ik de gegevens van Nederland of zelfs Europa niet paraat heb, maar iemand heeft de acute en chronische toxiciteit van glyfosaat en enkele Amerikaans alternatieven wel al met elkaar vergeleken. Het is mogelijk dat de pesticiden die we in Europa gebruiken minder schadelijk zijn dan glyfosaat, maar dat lijkt me op dit moment onwaarschijnlijk. Als je hier wel gegevens over hebt dan ben ik daar erg benieuwd naar.

“Er werd door wetenschappers uit Italië en Frankrijk een onafhankelijk onderzoek gedaan naar de lange termijn gevolgen van het eten van Roundup ready gewassen. Dit rapport was alarmerend, ratten kregen de meest kwaadaardige tumoren.”

“Monsanto heeft dan wel het rapport dankzij het werk van een paar goed betaalde advocaten kunnen terugtrekken, maar de foto’s […] spreken voor zich […].”

Van wat ik heb begrepen was de terugtrekking van het Seralini et al., 2012 artikel niet gerechtvaardigd. Dat betekent niet dat het artikel correct was, maar alleen dat er vaker artikelen van dergelijke kwaliteit gepubliceerd worden, en die worden meestal gewoon vergeten. Maar de controverse rondom Seralini heeft ertoe geleid dat het wel teruggetrokken werd. Het valt me op dat je hier niet eens op de inhoud van het onderzoek ingaat, maar meteen de conclusie trekt dat als het onderzoek is teruggetrokken dan moet Monsanto er wel achter hebben gezeten, en als Monsanto erachter zat dan zal het onderzoek wel waar zijn. In feite was het onderzoek gewoon niet zo best. Dat gebeurt vaak genoeg in de wetenschap. Daarom wordt onderzoek  geëvalueerd en herhaald. De EFSA heeft hierna nog extra informatie verzameld van de deelstaten en de auteurs, en concludeerde dat het onderzoek onbruikbaar was:

Taking into consideration Member States’ assessments and the authors’ answer to critics,
EFSA finds that the study as reported by Séralini et al. is of insufficient
scientific quality for safety assessments.

Mocht je hierna nog steeds overtuigd zijn van Seralini’s onderzoek; zijn resultaten lieten ook zien dat mannetjes ratten langer leefden als ze RoundUp te drinken kregen. Ik mag aannemen dat je dit niet overtuigend genoeg vindt om mannen te adviseren voortaan maar RoundUp bij het ontbijt te drinken.

“Tekenend: een Monsanto lobbyist beweerde tijdens een interview met een Franse journalist dat glyfosaat zo onschadelijk is voor mensen dat je er makkelijk een heel glas van kunt drinken zonder ziek te worden.”

Over het filmpje kan ik vrij kort zijn. Dit is Dr. Patrick Moore, hij is een promotor van Golden Rice, en heeft niks met Monsanto of zelfs met pesticiden van doen. Je mag je als journalist/blogger toch wel een klein beetje schamen dat je dit niet eventjes heb opgezocht voor je het in het verhaal plakte. Het interview wordt zelfs gehouden op een Golden Rice evenement, wat bij mij twee vragen oproept:

  1. Waarom gaat de documentairemaker specifiek naar een evenement over Golden Rice om vragen te stellen over glyfosaat? Golden Rice maakt namelijk helemaal geen gebruik van glyfosaat.
    2. Waarom stelt hij deze vragen vervolgens aan iemand die geen verstand heeft van pesticiden of toxicologie?

Heb je hier een andere uitleg voor dan dat de documentairemaker bewust wilt misleiden? Ik kan zo snel even niks bedenken. Dr. Patrick Moore heeft zelf ook al toegegeven dat hij een dom antwoord gaf, meer is er wat mij betreft niet over het filmpje te zeggen. Oké, nog één ding; iemand heeft het aanbod geaccepteerd:
https://www.youtube.com/watch?v=M8sgEhpHM4k

“Monsanto heeft altijd beloofd dat deze Bt-bacterie alleen schadelijk is voor insecten. Maar ook hier bewijzen onafhankelijke onderzoeken het tegendeel. Canadese onderzoekers keken hoeveel GMO gifstoffen terug waren te vinden in het bloed van zwangere vrouwen.”

In eerste instantie lijkt je te willen bewijzen dat Bt ook schadelijk is voor mensen, maar vervolgens laat je alleen zien dat het aanwezig is in ons lichaam. Dat is niet zo vreemd als we eten consumeren met (acceptabele) residuen. We treffen zoveel stoffen in ons lichaam aan, met name veel stoffen die we nodig hebben. Dat is geen bewijs dat ze schadelijk zijn, en het betekent al helemaal niet dat wij nu ineens door het eten van Bt-maïs “zelf het Bt-gif produceren”.

Dat het in ons lichaam wordt aangetroffen wil natuurlijk wel zeggen dat hier serieus naar gekeken moet worden, maar dat gebeurt ook. De Europese Commissie heeft in 2010 een rapport uitgebracht waar gekeken is naar de impact op het milieu en mens- en dierlijke gezondheid, waarin de volgende conclusie werd getrokken.

The main conclusion to be drawn from the efforts of more than 130 research projects, covering a period of more than 25 years of research, and involving more than 500 independent research groups, is that biotechnology, and in particular GMOs, are not per se more risky than e.g. conventional plant breeding technologies.

Het interessante van de Bt discussie is dat we het mooi kunnen vergelijken met de toepassing die wordt toegestaan in de biologische landbouw, waar Bt op de gewassen wordt gesproeid. In een onderzoek van Wolfenbarger et al. (2008) werd gekeken naar de impact op ongewervelden die in de maïs verblijven maar niet van het gewas eten (zoals vlinders). Daaruit bleek dat een Bt-veld meer biodiversiteit heeft dan een veld waar Bt gesproeid wordt. De biodiversiteit ligt natuurlijk nog hoger in een veld waar geen enkele vorm van insecticide wordt gebruikt, maar dat is logisch aangezien insecticide bedoeld zijn om vraat door insecten tegen te gaan.

Numbers of predators and herbivores were higher in Bt crops compared to sprayed non-Bt controls, and type of insecticide influenced the magnitude of the difference.

Bt gewassen hebben ook gezorgd dat boeren minder in contact hoeven te komen met pesticiden. Daarnaast heeft de overstap voor veel boeren positief uitgepakt wat betreft opbrengst. In 2013 heeft de European Academies Science Advisory Council (EASAC) aangegeven dat gentech gewassen juist kunnen bijdrage aan veiligheid en duurzaamheid.

Controversies about the impact of genetically modified (GM) crops have too often been based on contested science or have confounded effects of the technology with the impact of agriculture per se or changes in agronomic practice. It is vital to address the policy disconnects because there is a wide range of opportunities in prospect for improving agricultural productivity and efficiency, environmental quality and human health, by using all available technologies where appropriate.

Het EASAC is een onafhankelijke organisatie die de bundeling van kennis in Europa vertegenwoordigt. Hun conclusie komt overeen met die van meer dan 270 onderzoeks- en gezondheidsinstituten die beamen dat genetische modificatie niet meer risico met zich meebrengt dan kunstmatige selectie. Dit is waarom ik vóór genetische modificatie ben. Ik wil dat boeren de gelegenheid hebben om de meest duurzame praktijken toe te passen. De impact op het milieu vind ik belangrijker dan het ongemak dat sommige burgers er bij hebben. Helaas weegt het laatste toch zwaarder in de politiek.

“Obama zei tijdens zijn campagne in 2007 ‘Mensen hebben het recht om te weten wat er in hun eten zit’. 90% van de Amerikanen wil GMO-vrij eten. En ze willen allemaal weten wat er in hun eten zit.”

Dat is niet helemaal waar. Het klopt dat als je Amerikanen vraagt “wil je genetische modificatie gelabeld hebben?”, dat 90% dan “ja” zegt. Maar als je ze vraagt of ze DNA gelabeld willen hebben, antwoordt nog steeds meer dan 80% “ja”. Aangezien DNA onderdeel is van elk organisme op aarde, zou een label hiervoor volstrekt nutteloos zijn, en waarschijnlijk alleen maar verwarrend werken.

DNA labeling image

82% van de meer dan 1000 ondervraagden steunt een verplicht label op GMO’s, en 80% steunt dit voor DNA.

De manier waarop je deze vraag stelt blijkt dus erg veel invloed te hebben. In deze twee voorbeelden is gevraagd of mensen een label voor gemodificeerde organismen of DNA zouden steunen, maar als in plaats daarvan wordt gevraagd welke informatie men vindt ontbreken op de labels antwoordt slechts 7% dat ze een GMO-label willen. De burger vindt dit dus minder interessant dan je beargumenteert.

“Negentien landen maakten in oktober 2015 gebruik van een opt-out tegen genetisch gemodificeerde gewassen. Wat zoveel betekent als ‘We willen niks met die troep te maken hebben’.

De opt-out regeling waar zoveel Europese landen gebruik van hebben gemaakt is een prima voorbeeld van het verschil tussen politiek en wetenschap. We hebben in Europa een European Academies Science Advisory Council, die een uitspraak over biotechnologie doet waarin ze aangeeft dat de huidige wetgeving achterloopt, dat deze techniek voordelig kan zijn en dat we de gemodificeerde gewassen moeten evalueren op basis van het product i.p.v. de methode zelf, en toch gaat de politiek een andere richting op. Dit is exact dezelfde situatie waar veel milieuorganisaties over klagen als het gaat om klimaatverandering.  Het verbaast me dan ook nog steeds hoe weinig milieuorganisaties positief of zelfs neutraal zijn over genetische modificatie.

“Maar niet alleen onze gezondheid wordt voor opgeofferd voor winst. Ook dieren zijn het slachtoffer.”

Ik hoop dat ik een beetje heb laten zien dat dit niet alleen onjuist is, maar dat het bij correcte toepassing eerder andersom is. RoundUp is minder schadelijk dan de alternatieven en Bt gewassen zorgen dat voor meer biodiversiteit. Het modificeren van kippen maakt het mogelijk dat ze de vogelgriep niet meer doorgeven en varkens hoeven misschien niet meer te sterven aan varkenspest. Naar mijn mening is het daarmee een interessant hulpmiddel om duurzaam en veilig voedsel te creëren.

Met vriendelijke groet,

Tom van den Hove

 

Beknopte reactie op “Overwegingen bij een nieuwe strategie voor genetische manipulatie”

Links laat een stock foto zien van een onderzoeker, bedoeld om je bang te maken voor genetische modificatie. In werkelijkheid dragen GGO-boeren (rechts) dezelfde kleding als alle andere boeren. Bronnen: Aqua Mechanical (links) Neil Palmer (CIAT) (rechts).

Het doet me elke keer toch weer een beetje pijn als ik een GroenLinks publicatie tegenkom waar de wetenschap rondom genetische gemodificeerde organismen (GGO’s) verkeerd wordt neergezet.   Datzelfde gebeurde weer toen ik op dit artikel van de heer Arno Ambrosius stuitte in het blad De Helling van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. Ik weet dat GroenLinks geen voorstander is van genetisch gemodificeerde organismen, maar ik schrok toch wel van de mate van misinformatie in dit artikel.

Ambrosius begint in De Helling met het National Academies of Sciences (NAS) rapport getiteld “Genetically Engineered Crops: Experiences and Prospects”. Dit rapport van ongeveer 400 pagina’s heeft de stand van de wetenschap over gentech gewassen bekeken en rapporteert de voor- en nadelen ervan. In het artikel van de Helling wordt benadrukt dat het rapport aangeeft dat er weliswaar geen gevallen bekend zijn waar mensen ziek zijn geworden van GGO’s, toch is het nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken omtrent de veiligheid van GGO-gewassen. Dit leek me nogal conservatieve samenvatting van het rapport, dus ik heb het er even bij gepakt.

Hoofdstuk 5 gaat specifiek over de gevolgen voor de gezondheid en begint met de opmerking dat het belangrijk is om te benadrukken dat er beperkingen zitten aan wat we kunnen meten als het op voeding aankomt. Dit geldt voor alle soorten voedsel, ongeacht of het gemodificeerd is. De vraag “word ik morgen ziek van dit eten?” is vrij concreet te beantwoorden. Maar de vraag “is het waarschijnlijk dat het eten van dit voedsel over een lange periode ervoor zorgt dat ik uiteindelijk één of twee jaar eerder sterf?” is vrijwel onmogelijk vast te stellen vanwege o.a. ethische kwesties (je kunt mensen niet dwingen een leven lang een bepaald voedsel te eten) en praktische afwegingen (je moet dan een grote groep mensen een leven lang volgen). Ik vermoed dat dit de onzekerheid is die doorklinkt in het artikel van Ambrosius. Met name bewijzen dat iets (of een verband) niet bestaat is vrijwel onmogelijk. Het rapport is bijvoorbeeld duidelijk dat er geen verband is gevonden tussen kanker en gemodificeerde gewassen. Maar ze geven ook toe dat gebrek aan bewijs geen bewijs van afwezigheid is. Meer onderzoek zou dus alsnog kunnen aantonen dat er een verband is. Zo werkt de wetenschap nou eenmaal.

Dit maakt de dialoog ook ingewikkeld. Zeg je tegen iemand dat gentech gewassen veilig zijn, of zeg je dat er tot nu toe geen groter risico is gevonden bij gemodificeerde gewassen? Officieel is het laatste correcter, maar het laat een stuk meer ruimte over voor twijfel. In een debat waar er aan beide kanten belangen zitten kan die twijfel worden uitgebuit. Dit is ook het verschil, waar het artikel in de Helling aan voorbijgaat, tussen de brief aan Greenpeace en een officieel rapport.

Het rapport gaat vervolgens een aantal veelvoorkomende gezondheidsclaims langs. Er is gekeken naar kanker, leverziekte, obesitas, maag- en darmklachten, coeliakie, voedselallergieën en autisme. Voor geen enkele van deze aandoeningen is er een verband gevonden met gemodificeerde organismen. Het is dan ook niet zo gek dat de uiteindelijk conclusie luidt dat het NAS comité  deze gewassen niet risicovoller vindt dan hun niet gemodificeerde varianten.

Waar ik vervolgens wel van opkijk is hoe meneer Ambrosius deze conclusies bagatelliseert en bijna beledigd reageert als de brief aan Greenpeace wel de correcte vertaalslag maakt. Het rapport noemt zelfs dezelfde positieve gevolgen van GE-gewassen die de heer Ambrosius als “spektakels uit Alice in Wonderland” betiteld.  De gewassen met toegevoegde micronutriënten zoals Golden Rice krijgen van het NAS rapport een stempel van goedkeuring en er wordt verwezen naar de secundaire effecten van Bt-gewassen die de blootstelling aan gifstoffen van schimmels en pesticiden verminderen. Het NAS is overigens slechts één van de onderzoeks- en gezondheidsinstituten dat GE-gewassen niet risicovoller vindt dan hun conventionele varianten. In het rapport zelf wordt een overzicht gegeven van de overige instituten die tot dezelfde conclusie kwamen waaronder de AAAS (de organisatie achter het Science vakblad), het WHO en de Europese Commissie. Dit geeft al een heel ander beeld dan de voorzichtige conclusie van de heer Ambrosius.

Wensdenken

In de tweede paragraaf van het artikel bouwt Ambrosius verder op de brief van de Nobel laureaten. Het is wel ironisch dat hij juist de ondertekenaars van de brief verwijt dat hun standpunt niet op feiten is gebaseerd. Maar storender is het als Ambrosius vervolgens voorbij gaat aan één van de kernpunten van de brief omdat hij struikelt over het woordje “boeren”. In hun brief pleiten de laureaten er namelijk voor dat alle boeren toegang krijgen tot de moderne middelen. Er wordt niets gezegd over welke middelen moeten worden toegepast, of hoe die toegepast moeten worden. Het gaat puur over de beschikbaarheid, het uitbreiden van de potentiële gereedschapskist. Ambrosius is niet te spreken over de brede toepassing van het woord “boeren” en gaat hier zo in op dat de oorspronkelijke stelling niet meer aan bod komt. In plaats daarvan wekt Ambrosius de suggestie dat de Nobel laureaten een sinistere reden hebben om het woord “boeren” in de mond te nemen. De meeste van ons zullen het met de ondertekenaars eens zijn dat alle boeren de vrijheid moeten hebben om zelf te kiezen wat ze verbouwen. Dat recht zou niet op moeten houden zodra het over gentech gewassen gaat, een situatie waar veel landen nu nog in zitten.

Het valt me ook op dat de heer Ambrosius graag de Nobel laureaten in een verkeerd daglicht zet, maar bijna geen woord rept over de handelingen van Greenpeace. Vindt hij de vernieling van testvelden bijvoorbeeld niet kwalijk? Zelfs zijn eigen conservatieve interpretatie van het NAS rapport komt niet overeen met de misinformatie die Greenpeace tot nu toe verspreid heeft. De enige opmerking hierover komt in de eind conclusie waar even globaal wordt aangegeven dat Greenpeace minder radicaal moet zijn in haar oppositie. Het artikel in de Helling had de kritiek best wat eerlijker mogen verdelen. In plaats daarvan worden de motieven van de Nobel laureaten verder in twijfel getrokken door op hun financiering in te zoomen.

Hoewel we natuurlijk op moeten letten dat er geen fraude gepleegd wordt, is de aanwezigheid van financiering op zichzelf geen bewijs van fraude, er moet ook een element van bewuste misinformatie zijn. Bijvoorbeeld: Als een loodgieter tegen mij zegt dat de leidingen vervangen moeten worden, dan kan ik wel zeggen “ja, dat is in het belang van zijn bedrijf”. Maar als we in een keuken staan die blank staat dan heeft hij misschien wel gelijk. De mening van de Nobel laureaten komt simpelweg overeen met de mening van wetenschappelijke en toezichthoudende instanties die ernaar gekeken hebben. Het is dus gepaster om je af te vragen waarom sommige mensen of organisaties zo fel tegen hun oproep zijn. In plaats daarvan gaat het artikel van Ambrosius verder met een lofzang voor de nuchtere houding van Greenpeace als het om de 250 miljoen mensen gaat die aan vitamine A tekort lijden.

Greenpeace en Ambrosius lijken ervan overtuigd dat deze mensen wel toegang hebben tot een gevarieerd en gezond dieet maar om de één of andere reden toch alleen maar rijst eten. Dat is een zware inschattingsfout. De alternatieven methodes, zoals het promoten van een gevarieerd dieet, bestaan al langer dan het Golden Rice project. Het probleem is echter nog steeds niet opgelost. Golden Rice richt zich juist op de mensen die geen toegang hebben tot een gevarieerd dieet. Ze zouden graag eens een mango eten, maar kunnen die simpelweg niet betalen.

Gouden rijst

Het is wel vreemd om in deze paragraaf te lezen dat de voordelen van Golden Rice niet ontkend kunnen worden, terwijl dat precies is wat Greenpeace momenteel doet. Het artikel in De Helling verwees eerder zelfs specifiek naar een bron die deze voordelen in twijfel trekt. Ik hoop dat de heer Ambrosius begrijpt dat dit nogal verwarrend begint te worden. Bij de GGO’s an sich is hij negatiever dan zijn eigen bron, en bij Golden Rice is hij positiever dan zijn eigen bron, maar in beide gevallen wordt niet uitgelegd waarom.

Gelukkig heeft hij in dit laatste geval wel gelijk. Het Golden Rice Project is inderdaad een mooi initiatief. De patenten zijn aan het goede doel gegeven, de sponsoring is zelfstandig geregeld (er is dus geen geld van de andere oplossingen gebruikt), boeren mogen de zaden hergebruiken en als ze minder dan $ 10.000 per jaar verdienen (de doelgroep) dan kost Golden Rice niet meer dan gewone rijst. Ik vraag me dan oprecht af of Ambrosius het niet net zo frustrerend vindt dat een project dat zo goed bezig is toch zo belaagd wordt door organisaties zoals Greenpeace? Ik vraag me in ieder geval wel af waarom ze zo star zijn.

Verdeling van voedsel

Het argument, dat we genoeg voedsel produceren maar het niet goed verdelen, heeft een kern van waarheid. Als je al het voedsel op één hoop zou kunnen gooien en iedereen evenveel krijgt dan zou de huidige productie inderdaad al genoeg zijn om iedereen te voeden. De context suggereert echter dat GGO’s zich richten op nóg meer productie terwijl de eigenschappen die zijn ingebracht tot nu toe vooral om behoud gaan. De herbicide tolerante gewassen richten zich op het minimaliseren van concurrentie om voedingsstoffen en Bt gewassen produceren bestrijden vraat door insecten. Een andere zeer succesvolle toepassing is de Hawaïaanse papaya. Die is resistent gemaakt voor het ring spot virus dat in 1998 nog een crisis voor de boeren betekende. Juist de strijd tegen gentech draagt bij aan een situatie waarin probleemgebieden afhankelijk blijven van landen/bedrijven die eten verschepen. Daarom ben ik ook blij dat de Nobel laureaten oproepen om de heksenjacht op deze gewassen te staken.

Opvallend is dat het artikel van Ambrosius vervolgens vrijwel hetzelfde argument gebruikt als de brief die hij eerder bekritiseerde. In plaats van boeren is de bewering nu dat “producenten” gelijke toegang moeten krijgen tot “land, zaad, bemesting, inputs en krediet, infrastructuur en afzetmarkt”. Ongeacht of het zaad gentech zaad bevat, blijft dit een vreemde wending. Ik stoor me echter meer aan de loze waarschuwing voor grote machten met belangen. Dit is namelijk iets waar we oprecht voor moeten waken maar in plaats van uit te leggen hoe we daar correct me omgaan, gebruikt Ambrosius het als afschrikmiddel. We weten inmiddels dat er belangen spelen, de vraag is hoe we ermee omgaan. Een groot bord neerzetten met “PAS OP, GEVAAR!” helpt in ieder geval niet. Daarnaast negeert Ambrosius dat GGO’s momenteel al voor minder pesticide, hogere opbrengst en hogere winstmarges zorgen (figuur 1). Als we inzoomen zien we zelfs dat de winstmarge voor ontwikkelingsboeren nog eens 60% hoger uitvalt. Waar Ambrosius voor onderdrukking waarschuwt, lijkt dus vooral een kans te liggen voor boeren.

 

Figuur 1: De gemiddelde verschillen (in procenten) die de overstap naar gentech gewassen heeft verwezenlijkt. Er is gekeken naar opbrengst (yield), hoeveelheid pesticide (pesticide quantity), pesticidekosten (Pesticide cost), total kosten van productie (Total production cost) en opbrengst voor de boer (Farmer profit).
*** geeft aan dat er statistische significantie is gevonden op 0.01 niveau.
Bron: Klümper & Qaim, 2014

 

Ik moet mezelf wel enigszins nuanceren. Verderop in zijn artikel geeft Ambrosius wel een soort advies hoe we met de belangen van grootmachten om moeten gaan. Volgens hem is het antwoord nóg strengere regelgeving. Toch gaan ook hier mijn wenkbrauwen van omhoog. Ten eerste omdat er geen bron wordt gegeven voor deze bewering, maar ten tweede omdat het European Academies Science Advisory Council (EASAC) nadrukkelijk aangeeft dat de huidige situatie, o.a. vanwege de strenge wetgeving, averechts werkt. Nog strengere regulering zal het gat tussen kleine bedrijven en multinationals alleen maar groter maken.

Monocultuur

Ambrosius stelt hier dat “[…] het merendeel van het onderzoek en de ontwikkeling van GMO niet gericht op het resistent maken van voedselgewassen tegen plagen en ziektes, maar op resistentie tegen onkruidverdelgingsmiddelen (met name glyfosaat).” Ik weet niet precies wat Ambrosius bedoelt met plagen, maar de meeste boeren zullen onkruid toch wel als plaag beschouwen. Een efficiënte oplossing voor dat probleem is dus wel degelijk om een gif te spuiten waar je gewas tegen bestand is. Dat betekent overigens niet dat boeren onnodig sproeien. Pesticiden kosten geld en met je tractor het land opgaan ook. De exacte hoeveelheid hangt af van de situatie maar voor glyfosaat ligt het rond de 840 gram actieve stof per hectare. Dat komt overeen met de inhoud van één tot twee blikjes frisdrank op een oppervlakte van bijna twee voetbalvelden.

Het artikel van Ambrosius grijpt ook weer terug naar de inmiddels bekend uitspraak van het IARC dat glyfosaat “waarschijnlijk kankerverwekkend” zou zijn. Ten eerste even een duidelijkere uitleg wat het IARC nou daadwerkelijk heeft geconcludeerd. In het kort; de IARC classificering geeft aan dat een stof in sommige omstandigheden, bij een bepaalde hoeveelheid, een risico op kanker heeft. Het bespreekt niet hoe groot de kans is dat we de stof tegenkomen en niet aan hoeveel we moeten worden blootgesteld. Om wat context te krijgen, van alle producten die het IARC getest heeft is er slechts ééntje in categorie 4 “niet-kankerverwekkend” terecht gekomen. Dan is er nog het feit dat de IARC-uitspraak uitsluitend ging over beroepsmatige blootstelling aan glyfosaat. De resultaten zijn dus niet direct te vertalen naar risico voor consumenten, iets wat anti-activisten vaak wel doen. Volgens een later rapport van het WHO en de UN is het onwaarschijnlijk dat glyfosaat een risico op kanker veroorzaakt door blootstelling via het dieet. Maar ook al beperken we ons tot de beroepsmatige blootstelling, dan nog gaat dit weer in tegen het NAS rapport dat Ambrosius eerder citeerde. Daar wordt de IARC bevinding letterlijk besproken en verwezen naar de EFSA, die concludeert dat de classificatie van het IARC onterecht is. En daar zijn ze niet alleen in: Latere evaluaties van de IARC gegevens ondersteunen dit besluit. Ambrosius slaat de plank dus niet alleen mis, hij doet het op een manier die extra verwarring veroorzaakt. In het begin van het artikel was hij het er nog op conservatieve wijze mee eens dat GGO’s geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengen, maar inmiddels concludeert hij dat GGO’s functioneel zijn in het veroorzaken van kanker. Dat is nogal een verschil.

Vervolgens verschuift de aandacht van de gezondheid naar het milieu, waar volgens Ambrosius zeer waarschijnlijk een direct effect is ontstaan. Omdat Ambrosius zich vooral richt op de herbicidetolerante (HT) en insectresistente (IR) gewassen, wil ik deze opmerking even in die context plaatsen. Bt gewassen heten zo vanwege de bodembacterie waar de eigenschap vandaan komt, Bacillus thuringiensis. Die wordt in de biologische en conventionele landbouw als pesticide gesproeid. Er is onderzoek gedaan naar de biodiversiteit in een gentech Bt veld en een veld waar Bt gespoten werd. In het gentech veld lag de biodiversiteit hoger. Dit komt voornamelijk doordat het gentech gewas alleen de insecten aanvalt die ook echt van het gewas eten. De overige rondvliegende insecten worden niet gestoord. Dit in tegenstelling tot het sproeien.

Glyfosaat wordt gekenmerkt als een stof die snel wordt afgebroken door bodemorganismen. Daarnaast stelt het boeren in staat om minder te ploegen, wat weer gunstig is voor het bodemleven t.o.v. andere pesticiden. Ik wil niet de indruk wekken dat glyfosaat een wondermiddel is. Het is gewoon weer een middel dat net iets beter werkt dan de alternatieven.

Armoede

Hier speelt Ambrosius met het idee dat veel boeren tegenwoordig niet meer kiezen voor het zelfstandig bewaren van zaden. Door de zaden in te kopen is de boer gegarandeerd van kwaliteit en homogeniteit, wat bij veel gewassen wel prettig is. Ik zou Ambrosius eens aanraden om de boeren die GGO’s verbouwen te vragen of ze het een probleem vinden dat ze jaarlijks nieuwe zaden moeten inkopen. De boeren die zich hierover hebben uitgelaten geven namelijk aan dat het een non-issue is.

Het is ook te gemakkelijk om maar gewoon te roepen dat er een monopolie is ontstaan terwijl we wetgeving hebben om dat tegen te gaan. In Amerika heet dit de antitrust law, in Europa de competition law. Als Ambrosius hier inhoudelijke kritiek op heeft dan hebben we een interessante disussie, maar dit soort oppervlakkige opmerkingen veroorzaken alleen maar vage onrust.

Eigendom van de mensheid

Hoewel het een interessante discussie is hoe we met octrooien in de landbouw om moeten gaan, legt Ambrosius niet uit welke beperkingen gesteld moeten worden en waarom. Een mogelijke andere kant van die medaille is namelijk dat een groot bedrijf moeiteloos aan de slag kan gaan met uitvindingen van kleine bedrijven. Ik vraag me bijvoorbeeld af of de Arctic Apple het overleefd had als Okanaga Fruits wel had moeten investeren in de wetgeving, maar vervolgens geen exclusiviteit zou genieten t.o.v. de multinationals wat betreft de verkoop.

Het artikel van Ambrosius slaagt er dus vooral in om hetzelfde te bereiken als de gemiddelde anti-GGO publicatie. Er wordt niet echt informatie verstrekt of concrete oplossingen gegeven, maar op het eind houdt de lezer er wel een vaag, beklemmend gevoel aan over. Dat is jammer, want de gemiddelde GroenLinks stemmer kan wel wat helderheid over dit onderwerp gebruiken. Er moet inderdaad een nieuwe overweging komen bij de strategie van genetische modificatie, maar die moet op feiten gebaseerd  zijn. Dat betekent o.a. een efficiëntere wetgeving, een duidelijk afweging waarin ook de voordelen worden meegenomen en erkenning dat er niet alleen aan de kant van GGO producenten belangen zitten maar ook aan de kant van milieuorganisaties. Het kan nog even duren voor we daar zijn, maar hopelijk helpt dit artikel alweer een paar fabels uit de wereld. Mocht je nog specifieke vragen of opmerkingen hebben, kom dan even langs op de facebookpagina MAMyths-NL of reageer op dit artikel.

Reactie op Groen Licht uitzending

Groen Licht documentaire “10 billion, what’s on your plate”.  Tot 1 februari staat deze documentaire bij NPO uitzending gemist

Groen licht streeft ernaar om de feiten van de fabels te scheiden wat betreft duurzaamheid. Deze documentaire stelt de specifieke vraag, “hoe ziet een voedselproductie eruit als we 10 miljard mensen moeten voeden”. Ik ben me ervan bewust dat er beperkingen zitten aan een documentaire met zo’n breed onderwerp, maar toch zijn er een paar stellingen die naar mijn mening dichterbij fabel dan bij feit liggen. Ik heb me hier vooral op de beweringen over genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s)gericht.

02:57 “Bij een bedrijf als Bayer denken ze dat de oplossing zit in een hogere opbrengst door genetische manipulatie. Uiteraard afkomstig uit hun eigen laboratorium.”

Bij Bayer accepteren ze dat genetische modificatie een onderdeel van de oplossing is, maar ik zie nergens dat ze GGO’s dé oplossing noemen. In tegendeel, Bayer geeft aan dat GGO’s slechts een uitbreiding van de mogelijkheden zijn. Het stoort me echter meer dat de documentaire zwijgt over de onafhankelijke organisaties zoals de Europese Commissie, de European Academies Science Advisory Council (EASAC), het Amerikaanse National Academies of Science (NAS) en nog veel meer die erkennen dat GGO’s bijdragen aan een duurzame en veilige voedselproductie. De nadruk op Bayer geeft het een ongeloofwaardige toon. Al helemaal in combinatie met de negatieve term “genetische manipulatie” die geregeld terugkomt in de documentaire.

03:40 “Is dat inderdaad de oplossing in de strijd tegen honger? Boeren kunnen hun zaden niet zelf vermeerderen zoals vroeger. Ze moeten die kopen bij multinationals zoals Bayer, elk jaar opnieuw.”

Wat heeft dit fragment precies met de stelling te maken? We zien boeren die klagen over een hybride gewas, maar de kijker moet er maar vanuit gaan dat deze boeren een GGO hebben gekocht van Bayer. De hele opmerking over het vermeerderen wordt niet toegelicht. Ik zal me eerst even op de opmerking van het vermeerderen richten, en daarna op het videofragment.

Westerse boeren staan hier wellicht iets anders in dan ontwikkelingsboeren, maar toch wordt het principe van zaadvermeerdering hier nogal uit zijn verband getrokken. De reden dat veel westerse boeren geen zaden hergebruiken heeft weinig te maken met een oneerlijke druk vanuit de zadenveredelaars en meer met een bewuste overweging van de boer zelf. Daarbij houden ze ten eerste rekening met de verhoogde kwaliteit en homogeniteit die het jaarlijks inkopen oplevert, en ten tweede met de eerlijk overeenkomst tussen boer en zaadveredelaar. GGO-boeren spreken zich steeds vaker uit tegen de fabel dat ze gedwongen worden om jaarlijks nieuwe zaden te kopen.

Sinds de introductie van hybridezaden begin 20e eeuw  zijn westerse boeren steeds minder gaan vermeerderen. Dat komt o.a. doordat het kruisen van hybridezaden een mengelmoes aan nakomelingen veroorzaakt die elk verschillende eigenschappen hebben. Als je een aantal hectare aan maïs verbouwt is het bijvoorbeeld niet gunstig als er veel variatie bestaat in de lengte van de plant, de benodigde voedingsstoffen of het moment waarop ze klaar zijn voor de oogst. Waarom dit vooral met hybridezaden te maken heeft wordt mooi uitgelegd in deze video. In het kort; het luistert heel nauw om de goede combinatie genen in een hybride te krijgen. De exacte combinatie in de generatie die de boer plant (F1) zorgt voor hogere opbrengst en homogeniteit. Maar zoals we weten wordt het DNA bij seksuele voortplanting gemengd, waardoor de tweede generatie nakomelingen (F2) niet alleen die exacte combinatie kwijt zijn, maar ook niet meer gelijk zijn aan elkaar.

Het is jammer dat de documentaire geen (westerse) GGO-boer aan het woord laat. Dat zijn namelijk geen slachtoffers maar mensen die de voordelen afwegen en bekijken wat voor hun situatie de beste keuze is. Hoewel initiatieven voor open-source zaden zeker interessant zijn, betekent dat niet meteen dat bedrijven die er hun geld mee verdienen kwaadaardig zijn. Daarnaast zijn patenten niet oneindig geldig. Het patent op de eerste generatie herbicidetolerante (HT) soja van Monsanto verliep bijvoorbeeld in 2015. Boeren kunnen die inmiddels bewaren en vermeerderen.

Wat betreft ontwikkelingsboeren moeten we er inderdaad voor waken dat ze de vrijheid houden die ze nodig hebben. Maar we moeten hier ook niet in doorschieten en de toegang tot moderne landbouwtechnieken blokkeren. Door uitsluitend een negatief licht te werpen op de invloed van de industrie stimuleert de documentaire dat laatste. We weten inmiddels bijvoorbeeld dat de Bt gewassen met name op ontwikkelingsboeren een positieve invloed hebben gehad door de hoeveelheid pesticide te verminderen (-37%) en de opbrengst te verhogen (+68%). Toch zijn er nog landen die deze gewassen verbieden omdat ze door milieubewegingen onder druk worden gezet. Documentaires die de halve waarheid vertellen helpen daar niet bij.

4:00 “Helder, de gemodificeerde zaden zijn een ramp, want de zaden zijn niet bestand tegen overstromingen.”

Op welke manier zijn de zaden gemodificeerd? In het fragment spreken ze namelijk alleen over hybride, maar de verslaggeefster noemt ze gemodificeerd. Omdat dit verder niet wordt uitgelegd is het lastig hier concreet op te reageren, maar ik vermoed dat de Swarna rijst het gevolg is van gewone veredeling. Aangezien de meeste kijkers dit subtiele verschil over het hoofd zullen zien, komt dit een beetje misleidend over.

Verder worden GGO’s op een zeer specifieke manier aangepast. Tenzij de rijstsoort nadrukkelijk is gemodificeerd om bestand te zijn tegen overstroming zal het geen effect hebben op de weerstand hiertegen. Links- of rechtsom blijft dit dus een krom argument. Het is niet zo dat het proces van genetische modificatie het gewas op magische wijze overal immuun voor maakt.

Er is wel een rijst die gemodificeerd is om bestand te zijn tegen overstromingen. Sub-1 rijst overleeft 17 dagen onder water terwijl de gemiddelde rijstsoort slechts 3 dagen overleeft. Inmiddels is er zelfs een Swarna-Sub1 rijst. Die heeft de voordelen van Swarna en de overstromingsweerstand van Scuba-1. Het is mogelijk dat dit de rijst is die in het videofragment langskomt, maar het lijkt me onwaarschijnlijk aangezien Sub-1 rijst momenteel al meer dan 5 miljoen boeren in verschillende landen geholpen heeft, waaronder India, Bangladesh, de Filipijnen en Indonesië. De opmerking dat de boeren die het nodig hebben de gemodificeerde zaden niet kunnen betalen is dus ook onterecht.

Ik leg hier nogal wat nadruk op de voordelen van GGO’s, maar ik wil niet de indruk wekken dat elk probleem moet worden opgelost door een gewas te modificeren. Het gaat uiteindelijk om de oplossing. Of we een gewas nou droogteresistent maken door veredeling of door modificatie, het gaat erom dat (ontwikkelings)boeren een manier hebben om met de droogte om te gaan. Ik zie nu nog vaak dat er wordt opgeroepen een GGO oplossing te verbieden terwijl er geen succesvol alternatief is. Hoewel verbieden me sowieso geen goede oplossing lijkt, is dat helemaal onwenselijk.

5:45 “De zaden moeten in de handen zijn van de boeren, niet van bedrijven. Want bedrijven geven geen gratis zaden weg. En als het bedrijf de prijs verhoogt, hoe komt de boer dan nog aan zijn zaden?”

Het verbaast me dat niet wat beter wordt nagedacht over dit argument. Als de boeren de zaden niet meer kunnen betalen, aan wie verkoopt het bedrijf zijn zaden dan nog? Of als boeren ervoor kiezen om hun zaden ergens anders te kopen? Boeren moeten absoluut de keuzevrijheid hebben, maar die vrijheid wordt vooral beperkt door normale dingen zoals marktwerking. Is er reden om aan te nemen dat boeren momenteel op een negatieve manier beperkt worden in de aanschaf van zaden? En is er dan ook nog bewijs dat die beperking door zaadbedrijven bewerkstelligd wordt? De documentaire lijkt daar nogal vanuit te gaan, maar ik vind het nogal een sprong.

Er wordt ook benadrukt dat boeren gedwongen worden om bij de gemodificeerde gewassen de bijbehorende bestrijdingsmiddelen en kunstmest te kopen. Ten eerste zijn er, voor zover ik weet, geen contracten waar de boer verplicht wordt specifieke middelen te gebruiken. Ten tweede zijn er allerlei GGO’s zonder herbicidetolerantie. De papaya-industrie van Hawaï is bijvoorbeeld gered door resistentie voor het ring-spot virus. Verder vind ik zelf de Arctic Apple, Innate Potato en eerder genoemde Sub-1 rijst wel mooie voorbeelden van de mogelijkheden. De Bt gewassen zorgen er zelfs voor dat er mínder pesticide gesproeid hoeven worden.

Er bestaan natuurlijk ook gentech gewassen die voor een specifieke pesticide geschikt zijn, zoals de combinatie van RoundUp Ready gewassen met glyfosaat (pesticide). Het heeft bij die gewassen weinig zin om ze te verbouwen zonder glyfosaat te gebruiken. Dan neem ik de bewering uit de documentaire al heel ruim. Maar zelfs dan is er nog een voetnoot bij te plaatsen dat ook het patent op glyfosaat is verlopen. Een boer die soja verbouwt kan momenteel dus al HT soja verbouwen en vermeerderen zonder enige inmenging van een multinational.

Het is jammer dat de documentaire zo’n vertekend beeld van GGO’s neerzet. De rest van de documentaire lijkt een stuk genuanceerder. Ik ben bijvoorbeeld wel blij te horen dat de opbrengst van biologisch realistisch wordt neergezet, of dat kleine boeren weliswaar meer opbrengst per oppervlakte hebben maar dat dit ook meer arbeid betekent. Ook bij de slafabriek en de stamcelburgers worden de voor- en nadelen belicht. De vraag blijft waarom dat bij de gemodificeerde gewassen dan niet gelukt is.

Reactie op Arno Ambrosius Deel 2

Bij deze het tweede deel van de reactie op De Helling’s artikel getiteld “Overwegingen bij een nieuwe strategie voor genetische manipulatie”. De aanleiding van dat artikel was de open brief aan Greenpeace waarin Nobel laureaten oproepen om de weerstand tegen genetisch gemodificeerde organismen (GGO’s) te laten vallen, en overheden te verzoeken om het verbod op gemodificeerde gewassen te staken.

In deel één heb ik beargumenteerd dat het artikel, geschreven door Arno Ambrosius, een bron aanhaalt (het NAS rapport) om een negatief beeld van genetische modificatie te schetsen, terwijl de bron zelf juist positief is over de huidige GGO’s. Ambrosius beweert weliswaar dat GGO’s niet per definitie verboden moeten worden, toch komen veel van zijn argumenten rechtstreeks uit het anti-GGO handboek. Deze keer loop ik de rest van de argumenten af, in de hoop wat meer nuance aan te brengen in het toch redelijk éénzijdige verhaal. Vanwege de lengte heb ik een aantal beweringen die niet klopte links laten liggen omdat ze minder relevant waren voor de overkoepelende boodschap van het artikel. Hopelijk helpt het artikel toch weer wat mythes uit de wereld! Te beginnen bij de paragraaf “wensdenken”.

Wensdenken

In de tweede paragraaf van het artikel bouwt Ambrosius verder op de brief van de Nobel laureaten. Ambrosius neemt het de ondertekenaars van de brief kwalijk dat hun conclusie niet overeenkomt met zijn mening van het NAS rapport. Deze verwarring komt door de verkeerde interpretatie van Ambrosius zelf dus het heeft niet veel zin dat ik dit nogmaals uitleg. Het leek me echter wel belangrijk om dit even te herhalen aan het begin van dit betoog, aangezien herhaaldelijk wordt verwezen naar dit NAS rapport. In het kort, het NAS rapport concludeert dat GGO’s niet risicovoller zijn dan hun niet-GGO variant. De mening van de laureaten komt dus overeen met die van de wetenschappelijke en toezichthoudende instanties. Het is wel ironisch dat Ambrosius juist de ondertekenaars van de brief verwijt dat hun standpunt niet op feiten is gebaseerd. Deste storender is het als Ambrosius vervolgens ook nog voorbij gaat aan één van de kernpunten van de brief omdat hij struikelt over het woordje “boeren”.

In hun brief pleiten de laureaten er namelijk voor dat alle boeren toegang krijgen tot de moderne middelen. Er wordt niets gezegd over welke middelen moeten worden toegepast, of hoe die toegepast moeten worden. Het gaat puur over de beschikbaarheid, het uitbreiden van de potentiële gereedschapskist. Ambrosius reageert met:

“Als men praat over toegang tot biotechnologie, kan een volledig gemechaniseerd miljoenenbedrijf in de VS onmogelijk over één kam worden geschoren met een Afrikaanse boer die zijn akker met een hak bewerkt, én met alle producenten die daartussenin zitten.”

De manier waarop hij op het woordje “boeren” focust heeft verdacht veel weg van een drogreden die afleidt van de daadwerkelijke stelling. Dat blijkt  vooral uit het feit dat de oorspronkelijke stelling niet meer aan bod komt. Ambrosius doet liever alsof de Nobel laureaten een sinistere reden hebben om het woord “boeren” in de mond te nemen. De rest van ons zullen het met de ondertekenaars eens zijn dat alle boeren de vrijheid moeten hebben om zelf te kiezen wat ze verbouwen. Dat recht zou niet op moeten houden zodra het over gentech gewassen gaat, een situatie waar veel landen nu nog in zitten.

Het valt me ook op dat de heer Ambrosius graag de Nobel laureaten in een verkeerd daglicht zet, maar bijna geen woord rept over de handelingen van Greenpeace. Vindt hij de vernieling van testvelden bijvoorbeeld niet kwalijk? Zelfs zijn eigen conservatieve interpretatie van het NAS rapport komt niet overeen met de misinformatie die Greenpeace tot nu toe verspreid heeft. De enige opmerking hierover komt in de eind conclusie waar even globaal wordt aangegeven dat Greenpeace minder radicaal moet zijn in haar oppositie. Het artikel in de Helling had best wat kritischer mogen zijn over Greenpeace. In plaats daarvan worden de motieven van de Nobel laureaten verder in twijfel getrokken.

“De financiering daarvoor komt echter wel goeddeels van de chemische industrie, die financieel belang heeft bij toepassing van GMO op grote schaal. Het belang van deze broodheer wordt natuurlijk niet uit het oog verloren en weegt kennelijk zwaarder dan dat van andere groepen, die benadeeld kunnen worden door de voorgestelde toepassing van het onderzoek.”

Hoewel we natuurlijk op moeten letten dat er geen fraude gepleegd wordt, is de aanwezigheid van financiering op zichzelf geen bewijs van fraude, er moet ook een element van bewuste misinformatie zijn. Bijvoorbeeld: Als een loodgieter tegen mij zegt dat de leidingen vervangen moeten worden, dan kan ik wel zeggen “ja, dat is in het belang van zijn bedrijf”. Maar als we in een keuken staan die blank staat dan heeft hij misschien wel gelijk, ondanks dat het in zijn voordeel is. De mening van de Nobel laureaten komt simpelweg overeen met de wetenschappelijke literatuur. Het is dus gepaster om je af te vragen waarom sommige mensen of organisaties zo fel tegen hun oproep zijn.

Helaas moeten we het doen met een lofzang voor de nuchtere houding van Greenpeace als het om de 250 miljoen mensen gaat die aan vitamine A tekort lijden.

“Het is prijzenswaardig dat Greenpeace niet ingaat op de provocaties en nuchter vaststelt dat de oplossing voor ondervoeding ligt in een gevarieerd en gezond dieet.”

Ik hoop oprecht dat ik dit verkeerd interpreteer, maar de manier waarop dit probleem wordt afgewimpeld klinkt alsof Greenpeace en Ambrosius denken dat deze mensen wel toegang hebben tot een gevarieerd en gezond dieet, maar om de één of andere reden toch alleen maar rijst eten. Dat is een zware inschattingsfout. De alternatieven methodes, zoals het promoten van een gevarieerd dieet, bestaan al langer dan het Golden Rice project. Het probleem is echter nog steeds niet opgelost. Golden Rice richt zich juist op de mensen die geen toegang hebben tot een gevarieerd dieet. Ze zouden graag eens een mango eten, maar kunnen die simpelweg niet betalen. Greenpeace laat met deze opmerking in één klap zien dat ze zowel elitair als verkeerd geïnformeerd zijn.

Gouden rijst

Het is wel vreemd om in deze paragraaf te lezen dat de voordelen van Golden Rice niet ontkend kunnen worden, terwijl dat precies is wat Greenpeace momenteel doet. Het artikel in De Helling verwees eerder zelfs specifiek naar een bron die deze voordelen in twijfel trekt. Ik hoop dat de heer Ambrosius begrijpt dat dit nogal verwarrend begint te worden. Bij de GGO’s an sich is hij negatiever dan zijn eigen bron, en bij Golden Rice is hij positiever dan zijn eigen bron, maar in beide gevallen wordt niet uitgelegd waarom.

Gelukkig heeft hij in dit laatste geval wel gelijk. Het Golden Rice Project is inderdaad een mooi initiatief. De patenten zijn aan het goede doel gegeven, de sponsoring is zelfstandig geregeld (er is dus geen geld van de andere oplossingen gebruikt), boeren mogen de zaden hergebruiken en als ze minder dan $ 10.000 per jaar verdienen (de doelgroep) dan kost Golden Rice niet meer dan gewone rijst.

Ik vraag me dan oprecht af of Ambrosius het niet net zo frustrerend vindt dat een project dat zo goed bezig is toch zo belaagd wordt door organisaties zoals Greenpeace? Het maakt Greenpeace niet uit wat de gevolgen zijn, ze houden voet bij stuk. Je kunt je afvragen waarom dat precies is.

Verdeling van voedsel

“Het probleem is bekend: het is niet de hoeveelheid, het is de verdeling. Als de verdeling niet wordt opgelost, is het vermeerderen van de productie dweilen met de kraan open.”

Dit argument heeft een kern van waarheid. Het is waar dat we officieel al genoeg voedsel produceren. De context suggereert echter dat GGO’s zich richten op nóg meer productie, terwijl de eigenschappen die ingebracht zijn tot nu toe vooral gaan om behoud. Een veld met gemodificeerde Bt maïs en een veld met niet-gemodificeerde maïs produceren vrijwel hetzelfde als er geen sprake is van Europese maïsboorders. Maar zodra beide gewassen worden belaagd door dit insect, behoudt het gentech veld grotendeels van de oogst.

Een ander voorbeeld is Scuba-1; een rijst die 17 dagen onder water kan staan i.p.v. de gebruikelijke 3. Deze rijst is specifiek gemaakt om een stabielere oogst te verwezenlijken op plekken waar tekorten ontstaan door overstromingen. Juist de strijd tegen gentech draagt bij aan een situatie waarin probleemgebieden afhankelijk blijven van landen/bedrijven die eten verschepen. Het is dan ook niet gek dat de Nobel laureaten oproepen om de heksenjacht op deze gewassen te staken.

Opvallend is dat het artikel van Ambrosius vervolgens vrijwel hetzelfde argument gebruikt als de brief die hij eerder bekritiseerde. In plaats van boeren is de bewering nu dat “producenten” gelijke toegang moeten krijgen tot “land, zaad, bemesting, inputs en krediet, infrastructuur en afzetmarkt”. Ongeacht of het zaad gentech zaad bevat, blijft dit een vreemde wending. Ik stoor me echter meer aan de loze waarschuwing voor grote machten met belangen. Dit is namelijk iets waar we oprecht voor moeten waken, maar in plaats van vervolgens uit te leggen hoe we daar correct me omgaan, gebruikt Ambrosius het als afschrikmiddel. We weten inmiddels dat er belangen spelen, de vraag is hoe we ermee omgaan. Een groot bord neerzetten met “PAS OP, GEVAAR!” helpt niemand. Daarnaast gaat Ambrosius volledig voorbij aan het feit dat met name ontwikkelingsboeren baat hebben bij toegang tot GGO’s (figuur 1).

klumper-qaim-image
Figuur 1: De verschillen tussen GE en non-GE gewassen in percentages.
*** geeft aan dat er statistische significantie is gevonden op 0.01 niveau.
Bron: Klümper & Qaim, 2014

Ik moet mezelf wel enigszins nuanceren. Verderop in zijn artikel geeft Ambrosius wel een soort advies hoe we hiermee om moeten gaan. Volgens hem is het antwoord nóg strengere regelgeving. Toch gaan ook hier mijn wenkbrauwen van omhoog. Ten eerste omdat er geen bron wordt gegeven voor deze bewering, maar ten tweede omdat het European Academies Science Advisory Council (EASAC) nadrukkelijk aangeeft dat de huidige situatie, o.a. vanwege de strenge wetgeving, averechts werkt. Nog strengere regulering zal het gat tussen kleine bedrijven en multinationals alleen maar groter maken.

“One other consequence of the current situation is that only the largest companies in the seed business have the financial capacity to support the lengthy and costly procedures of seeking GM approval. Smaller companies are deterred as are new spin-offs from public sector plant science research (STOA, 2010).” EASAC (2013)

Monocultuur

“Ten eerste is het merendeel van het onderzoek en de ontwikkeling van GMO niet gericht op het resistent maken van voedselgewassen tegen plagen en ziektes, maar op resistentie tegen onkruidverdelgingsmiddelen (met name glyfosaat), met de bedoeling die naar believen te kunnen gebruiken.”

Ik weet niet precies wat Ambrosius bedoelt met plagen, maar ik denk dat de meeste boeren onkruid toch wel als plaag beschouwen. Een efficiënte oplossing voor dat probleem is dus wel degelijk om een gif te spuiten waar je gewas tegen bestand is. Dat betekent overigens niet dat boeren onnodig sproeien. Pesticiden kosten geld, en met je tractor het land opgaan ook. Er wordt dus nog steeds zo min mogelijk gesproeid. De exacte hoeveelheid hangt af van de situatie, maar voor glyfosaat ligt het rond de 840 gram actieve stof per hectare. Dat komt overeen met de inhoud van één tot twee blikjes frisdrank op een oppervlakte van bijna twee voetbalvelden.

“[…] [D]e International Agency for Research on Cancer Research (IARC) van de Wereldgezondheidsorganisatie heeft het in 2015 officieel aangemerkt als waarschijnlijk carcinogeen, hetgeen de hele milieubeweging al jaren riep.”

Ten eerste even een duidelijkere uitleg wat het IARC nou daadwerkelijk heeft geconcludeerd. Deze video legt dat mooi uit. In het kort; de IARC classificering geeft aan dat een stof in sommige omstandigheden, bij een bepaalde hoeveelheid, een risico op kanker heeft. Het bespreekt niet hoe groot de kans is dat we de stof tegenkomen en niet aan hoeveel we moeten worden blootgesteld. Om wat context te krijgen, van alle producten die het IARC getest heeft is er slechts ééntje in categorie 4 “niet-kankerverwekkend” terecht gekomen. Dan is er nog het feit dat de IARC uitspraak uitsluitend ging over beroepsmatige blootstelling aan glyfosaat. De resultaten zijn dus niet direct te vertalen naar risico voor consumenten, iets wat anti-activisten vaak wel doen. Volgens een later rapport van het WHO en de UN is het onwaarschijnlijk dat glyfosaat een risico op kanker veroorzaakt door blootstelling via het dieet. Maar ook al beperken we ons tot de beroepsmatige blootstelling, dan nog gaat dit weer in tegen het NAS rapport dat Ambrosius eerder citeerde. Daar wordt de IARC bevinding letterlijk besproken, en verwezen naar de EFSA bevindingen.

“EFSA concluded that glyphosate is unlikely to pose a carcinogenic hazard to humans and the evidence does not support classification with regard to its carcinogenic potential according to Regulation (EC) No 1272/2008.” – EFSA (2015)

Overige evaluatie van de gegevens van het IARC konden deze conclusie ook niet ondersteunen:

“[…] following the review of the totality of the evidence, the Panels concluded that the data do not support IARC’s conclusion that glyphosate is a “probable human carcinogen” and, consistent with previous regulatory assessments, further concluded that glyphosate is unlikely to pose a carcinogenic risk to humans.” – Williams et al. (2016)

“The current report of BfR to the EU based on the evaluation of over 30 epidemiological studies came to the overall assessment that there is no validated or significant relationship between exposure to glyphosate and an increased risk of non-Hodgkin lymphoma or other types of cancer.” – Bundesinstitut für Risicobewertung (2015)

Ambrosius slaat de plank dus niet alleen mis, hij doet het op een manier die extra verwarring veroorzaakt. In het begin van het artikel was hij het er nog op conservatieve wijze mee eens dat GGO’s geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengen, maar inmiddels concludeert hij dat GGO’s functioneel zijn in het veroorzaken van kanker. Dat is nogal een verschil.

“Daarnaast is het huidige GMO-werk mede gericht op het verkrijgen en vergroten van antistoffen tegen ziektes en plagen, maar niet bekend is of en hoe die door de plant zelf aangemaakte stoffen in de grond accumuleren en kunnen worden afgebroken. Wellicht heeft het consumeren van die gewassen geen direct effect op de gezondheid van mens en dier, maar zeer waarschijnlijk wel op het milieu.”

Omdat kritiek op GGO’s vrijwel altijd over de herbicidetolerante (HT) en insectresistente (IR) gewassen gaat, wil ik deze opmerking even in die context plaatsen. Bt gewassen heten zo vanwege de bodembacterie waar de eigenschap vandaan komt, Bacillus thuringiensis. Die wordt in de biologische en conventionele landbouw als pesticide gesproeid. Er is ook onderzoek gedaan naar de biodiversiteit in een gentech Bt veld en een veld waar Bt gespoten werd. In het gentech veld lag de biodiversiteit hoger. Dit komt voornamelijk doordat het gentech gewas alleen de insecten aanvalt die ook echt van het gewas eten. De overige insecten die gewoon aanwezig zijn, worden niet gestoord. Dit in tegenstelling tot het sproeien.

Glyfosaat wordt gekenmerkt als een stof die snel wordt afgebroken door bodemorganismen. Daarnaast stelt het boeren in staat om minder te ploegen, wat weer gunstig is voor het bodemleven t.o.v. andere pesticiden. Ik wil niet de indruk wekken dat glyfosaat een wondermiddel is. Het is gewoon weer een middel dat net iets beter werkt dan de alternatieven.

Armoede

“GMO-onderzoek is kostbaar en dat wordt doorberekend in zaadprijzen. Boeren kunnen niet zelf aan zaadselectie doen, vanwege het bovengenoemde hybride karakter van GMO-gewassen, waardoor jongere generaties gewassen degenereren.”

Hier speelt Ambrosius met het idee dat veel boeren tegenwoordig niet meer kiezen voor het zelfstandig bewaren van zaden. Door de zaden in te kopen is de boer gegarandeerd van kwaliteit en homogeniteit, wat bij veel gewassen wel prettig is. Ik zou Ambrosius eens aanraden om de boeren die GGO’s verbouwen te vragen of ze het een probleem vinden dat ze jaarlijks nieuwe zaden moeten inkopen. De boeren die zich hierover hebben uitgelaten geven namelijk aan dat het een non-issue is.

Het is ook te gemakkelijk om maar gewoon te roepen dat er een monopolie is ontstaan terwijl we wetgeving hebben om dat tegen te gaan. In Amerika heet dit de antitrust law, in Europa de competition law. Als Ambrosius hier inhoudelijke kritiek op heeft dan hoor ik het graag, maar dit soort oppervlakkige angst veroorzaakt wederom alleen maar verwarring.

Eigendom van de mensheid

“GMO moet worden onderworpen aan nog strengere regulering, voor doelstellingen, prioriteiten en toepassingen. Er moeten vergaande beperkingen worden gesteld aan octrooi- en productbescherming, alsmede aan fusies en kartels.”

In dit hele stuk geeft Ambrosius weer geen enkele onderbouwing voor zijn suggesties. Zoals ik eerder al aangaf heeft strakke regulering juist een averechts effect en zijn er al beperkingen gesteld aan kartelvorming. Hoewel het een interessante discussie is hoe we met octrooien in de landbouw om moeten gaan,  legt Ambrosius niet uit welke beperkingen gesteld moeten worden en waarom. Een andere kant van die medaille is namelijk dat een groot bedrijf moeiteloos aan de slag kan gaan met uitvindingen van kleine bedrijven. Of dat meteen goed of slecht is durf ik nog niet te zeggen, maar het is in ieder geval weer ingewikkelder dan Ambrosius ons wil doen geloven.

Het artikel van Ambrosius slaagt er dus vooral in om hetzelfde te bereiken als de gemiddelde anti-GGO publicatie. Er wordt niet echt informatie verstrekt of concrete oplossingen gegeven, maar op het eind houd de lezer er wel een vaag, beklemmend gevoel aan over. Het is nogal een lang artikel geworden, dus mijn dank voor degene die het tot het eind gered heeft. Mocht je nog specifieke vragen of opmerkingen hebben, kom dan even langs op de facebookpagina MAMyths-NL of reageer op dit artikel.

 

Reactie op Arno Ambrosius deel 1

Het doet me elke keer toch weer een beetje pijn als ik een GroenLinks publicatie tegenkom waar de wetenschap rondom genetische gemodificeerde organismen (GGO’s) verkeerd wordt neergezet. Zitten er geen biologen bij dat wetenschappelijk bureau? Of zelfs geen fact-checker die de bron eventjes doorneemt? Datzelfde gebeurde weer toen ik op dit artikel van de heer Arno Ambrosius stuitte in het blad De Helling, van het gelijknamige wetenschappelijk bureau van GroenLinks.

Er blijft verwarring binnen GroenLinks bestaan over de feiten rondom GGO’s. Tijdens het afgelopen verkiezingscongres is besloten om het standpunt over GGO’s te laten zoals het is. Momenteel houdt dat nog in dat cisgenese (genen binnen de soort verplaatsen) wordt geaccepteerd, maar transgenese (genen tussen soorten verplaatsen) nog uit den boze is. In het artikel wordt deze verwarring alleen maar verder versterkt. Vandaar dat ik de beweringen eens onder de loep neem.

In deze eerste post richt ik me eerst op de beweringen die de heer Ambrosius doet over het National Academies of Sciences (NAS) rapport over GGO’s. Dit rapport van zo’n 400 pagina’s heeft de stand van de wetenschap over gentech gewassen bekeken en rapporteert de voor- en nadelen ervan. In het artikel van Ambrosius wordt benadrukt dat het rapport aangeeft dat er weliswaar geen gevallen bekend zijn waar mensen ziek zijn geworden van GGO’s, toch is het nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken omtrent de veiligheid van GGO-gewassen. Dit leek me een nogal conservatieve samenvatting van het rapport, dus ik heb het er even bij gepakt.

Zoals zoveel rapporten over GGO’s verdeelt het NAS rapport de impact over drie aspecten; economisch, ecologisch en gezondheid. De heer Ambrosius legt de nadruk op de gezondheid, hoofdstuk 5 van het rapport, dus laten we daar even op inzoomen. Het hoofdstuk begint met deze opmerking:

The committee thinks that it is important to make clear that there are limits to what can be known about the health effects of any food, whether non-GE or GE. If the question asked is “Is it likely that eating this food today will make me sick tomorrow?” researchers have methods of getting quantitative answers. However, if the question is “Is it likely that eating this food for many years will make me live one or a few years less than if I never eat it?” the answer will be much less definitive.

Ik heb zo’n vermoeden dat de twijfel die in het artikel van Ambrosius doorklinkt vooral hiermee te maken heeft. Er zitten nou eenmaal beperkingen aan wat we kunnen meten/voorspellen met wetenschap. Met name bewijzen dat iets (of een verband) niet bestaat is vrijwel onmogelijk. Er is bijvoorbeeld geen link gevonden tussen kanker en GE-gewassen:

The incidence of a variety of cancer types in the United States has changed over time, but the changes do not appear to be associated with the switch to consumption of GE foods. Furthermore, patterns of change in cancer incidence in the United States are generally similar to those in the United Kingdom and Europe, where diets contain much lower amounts of food derived from GE crops. The data do not support the assertion that cancer rates have increased because of consumption of products of GE crops.

Maar kunnen we dat wetenschappelijk niet 100% zeker zeggen:

However, they do not establish that there is no relationship between cancer and GE foods because there can be a delay in the onset of cancer that would obscure a trend, and one could hypothesize that something else has occurred with GE foods in the United States that has lowered cancer incidence and thus obscured a relationship.

Dit maakt de dialoog vaak ook ingewikkeld. Zeg je tegen iemand dat gentech gewassen veilig zijn, of zeg je dat er tot nu toe geen verschil in risico zit tussen gentech gewassen en hun conventionele variant? Officieel is het laatste correcter, maar het laat een stuk meer ruimte over voor twijfel. In een debat waar er aan beide kanten belangen zitten kan die twijfel worden uitgebuit. Dit is ook het verschil, waar het artikel in De Helling aan voorbij lijkt te gaan, tussen de brief aan Greenpeace en een officieel rapport.

Maar wat staat er dan precies in het NAS rapport? Het comité van NAS gaat een aantal veelvoorkomende claims langs, maar de conclusie blijft steeds hetzelfde:

Kanker

“The data do not support the assertion that cancer rates have increased because of consumption of products of GE crops.”

Leverziekte

“The available data on prevalence of chronic kidney disease in the United States shows a 2 precent increase from 1988 to 2004, but the increase does not appear to be attributable to consumption of GE foods.”

Obesitas

“The committee found no published evidence to support the hypothesis that the consumption of GE foods has caused higher U.S. rates of obesity  or type II diabetes.”

Maag- en darmklachten

“The committee could find no published evidence supporting the hypothesis that GE foods generate unique gene or protein fragments that would affect the body.”

Coeliakie

“It appears to have increased similarly in the United Kingdom, where GE foods are not typically consumed and glyphosate use did not increase. The data are not robust, but they do not show a major difference in the rate of increase in incidence of celiac disease between the two countries.”

Voedselallergiën

“The committee did not find a relationship between consumption of GE food and the increase in prevalence of food allergies.”

Autisme

“The similarity in patterns of increase in autism spectrum disorder in children in the United States, where GE foods are commonly eaten, and the United Kingdom, where GE foods are rarely eaten, does not support the hypothesis of a link between eating GE foods and prevalence of autism spectrum disorder.”

Het is dan ook niet zo gek dat de uiteindelijk conclusie luidt dat het NAS comité GE-gewassen niet risicovoller vindt dan de non-GE varianten:

“On the basis of detailed examination of comparisons of currently commercialized GE with non-GE foods in compositional analysis, acute and chronic animal toxicity tests, long-term data on health of livestock fed GE foods, and human epidemiological data, the committee found no differences that implicate a higher risk to human health from GE foods than from their non-GE counterparts.”

Waar ik vervolgens wel van opkijk is hoe meneer Ambrosius deze conclusies verdraait en bijna beledigd reageert als de brief aan Greenpeace wel de correcte vertaalslag maakt. Hoe verder ik door het NAS rapport blader, hoe meer ik tegenkom dat zijn artikel tegenspreekt. Het rapport noemt namelijk dezelfde positieve gevolgen van GE-gewassen  die de heer Ambrosius als “spektakels uit Alice in Wonderland” betiteld.  De gewassen met toegevoegde micronutriënten zoals Golden Rice krijgen van het NAS rapport een stempel van goedkeuring, en vervolgens worden de secundaire effecten van Bt-gewassen genoemd die de blootstelling aan gifstoffen van schimmels en pesticiden verminderen. Het geeft ook aan dat andere onderzoeks- en gezondheidsinstituten tot dezelfde conclusie zijn gekomen:

“To date, no adverse health effects attributed to genetic engineering have been documented in the human population.” National Research Council (2004)

 

“Indeed, the science is quite clear: crop improvement by the modern molecular techniques of biotechnology is safe.” American Association for the Advancement of Science (2012)

 

“Bioengineered foods have been consumed for close to 20 years, and during that time, no overt consequences on human health have been reported and/or substantiated in the peer-reviewed literature.” – Council on Science and Public Health of the American Medical Association House of Delegates (2012)

 

“[Genetically modified] foods currently available on the international market have passed safety assessments and are not likely to present risks for human health. In addition, no effects on human health have been shown as a result of the consumption of such foods by the general population in the countries where they have been approved.” World Health Organization (2014)

“Foods from genetically engineered plants intended to be grown in the United States that have been evaluated by FDA through the consultation process have not gone on the market until the FDA’s questions about the safety of such products have been resolved.” – U.S. Food and Drug Administration (2015)

 

“The main conclusion to be drawn from the efforts of more than 130 research projects, covering a period of more than 25 years of research, and involving more than 500 independent research groups, is that biotechnology, and in particular GMOs, are not per se more risky than e.g. conventional plant breeding technologies.” European Commission (2010a)

Al met al geeft dit wel een heel ander beeld dan het artikel van Ambrosius schetst. Ik vraag me hardop af hoe hij tot zijn conclusie is gekomen. Misschien dat hij dit zelf verder kan toelichten?

Het volgende artikel zal de argumenten van het artikel op De Helling één voor één bekijken waaronder de bewering dat we al genoeg eten hebben en de opmerking dat er strengere regulering voor GGO’s nodig is.

De vuurdoop van MAMyths-NL

23 mei was de vuurdoop van MAMyths-NL, de Nederlandse tak van de March Against Myths about Modification. Dit initiatief onderscheidt de feiten van de fabels wat betreft genetisch gemodificeerd eten, en zaterdag was het eerste tegenprotest om een groeiende bron van mythes aan te pakken; de March Against Monsanto (MAM). Hoewel MAM dit jaar focuste op TTIP, blijft de protestgroep fabels over GGO’s verspreiden. Dit jaar is MAMyths er dan ook wereldwijd op uitgetrokken om de misinformatie te bestrijden. In Nederland hebben we Amsterdam als podium gekozen.

tegendemonstratie tegen March Against Monsanto: March Against Myths About Modification op de Dam

tegendemonstratie tegen March Against Monsanto: March Against Myths About Modification op de Dam

Toen we eenmaal op de Dam aankwamen, was MAM al druk bezig met haar voordrachten, en na een haastige opbouw trokken we al snel de eerste anti-GGO’ers aan. Gedurende de dag zou ik er nog achter komen hoe divers de March Against Monsanto groep eigenlijk is, maar de eerste demonstrante die me aansprak voldeed wel redelijk aan het stereotype; een ietwat alternatief geklede, getatoeëerde dame. Zij vond het leuk en aardig dat GGO’s pesticidegebruik reduceren, maar volgens haar moesten we helemaal stoppen met pesticiden. Dat lukte haar tenslotte ook in haar volkstuin. Deze eerste discussie van de dag zou onze standpunten uiteindelijk niet veel dichter bij elkaar brengen, maar toch werd het gesprek afgesloten met een omhelzing. Die positieve noot bleek uiteindelijk representatief voor de dag. Hoewel ik me had voorbereid op verwijt en verweer, verliepen vrijwel alle gesprekken respectvol en lieten de nodige demonstranten ons weten dat ze het dapper vonden dat we er stonden. Het feit dat we er stonden heeft naar mijn mening ook wel verschil gemaakt. Er was veel belangstelling voor ons standpunt en ik meende menigmaal de verwarring op het gezicht af te kunnen lezen toen mensen zagen dat betrokken burgers ook pro-GGO kunnen zijn.

tegendemonstratie tegen March Against Monsanto: March Against Myths About Modification op de Dam

March Against Myths About Modification


De doelstelling was om te informeren, maar ik heb die dag zelf ook wat opgestoken. Wat me het meest opviel is dat de March Against Monsanto geen homogene groep is. Mijn gesprekspartners varieerden van emotionele moeders, die de pesticide- en zaadbedrijven als het ultieme kwaad zien, tot rationele studenten die vooral problemen hebben met de potentiele gevolgen van TTIP (waar ik dan weer iets van heb geleerd). Sommigen van de MAM demonstranten waren zelfs oprecht verbaasd over het feit dat de March Against Monsanto zo fel en uitgesproken tégen GGO’s is. Dat deze mensen toch met MAM meelopen is begrijpelijk, maar ook verwarrend. MAM geeft ze een platform, maar door hun steun wekken ze de indruk dat MAM een betrouwbare bron is, terwijl de misinformatie over o.a. GGO’s/diëten/kanker nog steeds ongegrond en zelfs gevaarlijk kan zijn. Veel lijken deze misinformatie voor lief te nemen, in de veronderstelling dat het tegengeluid van MAM belangrijker is, maar hier ben ik zelf nog niet zo van overtuigd. De hoeveelheid misinformatie overheerst bij de March Against Monsanto, en maakt het lastiger om de kritiek die wel gegrond is serieus te nemen.

March Against Myths About ModificationWe zijn de 23e op pad gegaan om de mensen te laten zien dat er ook een andere kant van het GGO-verhaal is, en ik denk dat we daar aardig in geslaagd zijn. Mede dankzij de MAM-protestanten zelf is het afgezien daarvan ook nog een leuke dag geworden.

Wil je meer weten dan kan je mij een mailtje sturen, of een bezoekje brengen aan de Facebook-pagina.

Fotocredits: MAM & MAMyths, Dam 23 mei 2015, Bas Uterwijk
(
dit verslag verscheen ook op Foodlog.nl en Kloptdatwel.nl)

Brief aan Kassa redactie

Beste Kassa redactie,

Het viel me dit weekend op dat Kassa ten prooi is gevallen aan de hype om berichten uit de wetenschap dramatischer te maken dan ze zijn. Bij de uitzending van 18 april over het product Roundup zitten enkele hiaten in het verhaal die ervoor zorgen dat de kijker gemakkelijk de verkeerde indruk zou kunnen krijgen (en als ik op de facebook-pagina kijk, dan bevestigt dat mijn gevoel).

De nuance in het verhaal, geleverd door dhr. Peter Leendertse, wordt zelfs vroegtijdig afgezwakt door de voice-over die hem in de mond legt dat dhr. Leendertse het maar een eng middel vindt. De boodschap die dhr. Leendertse vervolgens zelf brengt, is een stuk minder onheilspellend:

“Er zijn onderzoeken die laten zien dat er waarschijnlijk niks aan de hand is, maar daarnaast zijn er ook aanwijzingen dat er wel iets aan de hand kan zijn. Nou, dat geeft aan, en dat geldt eigenlijk voor alle bestrijdingsmiddelen die je gebruikt, dat je heel zorgvuldig daarmee om moet gaan, en dat je onnodig gebruik ook moet voorkomen[…]”.

De conclusie dat Roundup niet nodig is voor de stoeptegels, is dan ook wel terecht. Helaas schiet Kassa in de uitzending een beetje door als ze herhaaldelijk nadruk legt op het rapport van het IARC, zonder de context van dit rapport uit te leggen.

Dat glyphosaat “waarschijnlijk kankerverwekkend” is, klinkt zonder context namelijk heel dramatisch, maar hier horen wel enkele voetnoten bij. Het document van het IARC zelf vermeldt dat de status wijziging gebaseerd is op “beperkt bewijs in mensen” en “overtuigend bewijs in proefdieren”. Dit beperkte bewijs betekent op zijn beurt weer dat er een correlatie is gevonden, maar dat andere oorzaken (toeval, partijdigheid, confounding) niet uitgesloten konden worden (1).

Kassa vergeet in de uitzending ook te vermelden dat het “waarschijnlijk kankerverwekkend” is voor blootstelling tijdens professioneel gebruik in de landbouw, en niet op niveaus die de consument tegenkomt. Daarnaast is dit risico nog steeds gelijk aan dat van het beroep kapper of nachtdienstwerker (groep 2A), en lager dan het beroep brandweerman of schoenmaker (groep 1) (2).

De ophef rondom Roundup lijkt dan ook vooral een gevolg van media-aandacht, aangezien niemand struikelt over het feit dat zelfs het populairste genotsmiddel (alcohol) een categorie hoger valt (groep 1). Hiermee wil ik overigens niet zeggen dat een glas alcohol schadelijker is dan een glas glyfosaat. Zoals bij alles maakt de dosis het vergif.

Ik ben het dus eens met wat dhr. Leendertse, als hij zegt dat we het niet onnodig moeten gebruiken. Ik ben echter ook van mening dat de bangmakerij niet helemaal nodig is. Ik vermoed dat de meeste kijkers Kassa juist kijken om erachter te komen wat het correcte verhaal is, dus het is jammer als de informatie vervolgens de andere kant op gedramatiseerd wordt.

Met vriendelijke groet,

Tom van den Hove

Referenties

(1) IARC. (2015, 03 23). Agents Classified by the IARC Monographs, Volumes 1-112. Opgeroepen op 04 19, 2015, van WHO: http://monographs.iarc.fr/ENG/Classification/ClassificationsAlphaOrder.pdf

(2) IARC. (2015, 03 20). IARC Monographs Volume 112: evaluation of five organophosphate insecticides and herbicides. Opgeroepen op 04 19, 2015, van WHO: http://www.iarc.fr/en/media-centre/iarcnews/pdf/MonographVolume112.pdf