Beknopte reactie op “Overwegingen bij een nieuwe strategie voor genetische manipulatie”

Links laat een stock foto zien van een onderzoeker, bedoeld om je bang te maken voor genetische modificatie. In werkelijkheid dragen GGO-boeren (rechts) dezelfde kleding als alle andere boeren. Bronnen: Aqua Mechanical (links) Neil Palmer (CIAT) (rechts).

Het doet me elke keer toch weer een beetje pijn als ik een GroenLinks publicatie tegenkom waar de wetenschap rondom genetische gemodificeerde organismen (GGO’s) verkeerd wordt neergezet.   Datzelfde gebeurde weer toen ik op dit artikel van de heer Arno Ambrosius stuitte in het blad De Helling van het wetenschappelijk bureau van GroenLinks. Ik weet dat GroenLinks geen voorstander is van genetisch gemodificeerde organismen, maar ik schrok toch wel van de mate van misinformatie in dit artikel.

Ambrosius begint in De Helling met het National Academies of Sciences (NAS) rapport getiteld “Genetically Engineered Crops: Experiences and Prospects”. Dit rapport van ongeveer 400 pagina’s heeft de stand van de wetenschap over gentech gewassen bekeken en rapporteert de voor- en nadelen ervan. In het artikel van de Helling wordt benadrukt dat het rapport aangeeft dat er weliswaar geen gevallen bekend zijn waar mensen ziek zijn geworden van GGO’s, toch is het nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken omtrent de veiligheid van GGO-gewassen. Dit leek me nogal conservatieve samenvatting van het rapport, dus ik heb het er even bij gepakt.

Hoofdstuk 5 gaat specifiek over de gevolgen voor de gezondheid en begint met de opmerking dat het belangrijk is om te benadrukken dat er beperkingen zitten aan wat we kunnen meten als het op voeding aankomt. Dit geldt voor alle soorten voedsel, ongeacht of het gemodificeerd is. De vraag “word ik morgen ziek van dit eten?” is vrij concreet te beantwoorden. Maar de vraag “is het waarschijnlijk dat het eten van dit voedsel over een lange periode ervoor zorgt dat ik uiteindelijk één of twee jaar eerder sterf?” is vrijwel onmogelijk vast te stellen vanwege o.a. ethische kwesties (je kunt mensen niet dwingen een leven lang een bepaald voedsel te eten) en praktische afwegingen (je moet dan een grote groep mensen een leven lang volgen). Ik vermoed dat dit de onzekerheid is die doorklinkt in het artikel van Ambrosius. Met name bewijzen dat iets (of een verband) niet bestaat is vrijwel onmogelijk. Het rapport is bijvoorbeeld duidelijk dat er geen verband is gevonden tussen kanker en gemodificeerde gewassen. Maar ze geven ook toe dat gebrek aan bewijs geen bewijs van afwezigheid is. Meer onderzoek zou dus alsnog kunnen aantonen dat er een verband is. Zo werkt de wetenschap nou eenmaal.

Dit maakt de dialoog ook ingewikkeld. Zeg je tegen iemand dat gentech gewassen veilig zijn, of zeg je dat er tot nu toe geen groter risico is gevonden bij gemodificeerde gewassen? Officieel is het laatste correcter, maar het laat een stuk meer ruimte over voor twijfel. In een debat waar er aan beide kanten belangen zitten kan die twijfel worden uitgebuit. Dit is ook het verschil, waar het artikel in de Helling aan voorbijgaat, tussen de brief aan Greenpeace en een officieel rapport.

Het rapport gaat vervolgens een aantal veelvoorkomende gezondheidsclaims langs. Er is gekeken naar kanker, leverziekte, obesitas, maag- en darmklachten, coeliakie, voedselallergieën en autisme. Voor geen enkele van deze aandoeningen is er een verband gevonden met gemodificeerde organismen. Het is dan ook niet zo gek dat de uiteindelijk conclusie luidt dat het NAS comité  deze gewassen niet risicovoller vindt dan hun niet gemodificeerde varianten.

Waar ik vervolgens wel van opkijk is hoe meneer Ambrosius deze conclusies bagatelliseert en bijna beledigd reageert als de brief aan Greenpeace wel de correcte vertaalslag maakt. Het rapport noemt zelfs dezelfde positieve gevolgen van GE-gewassen die de heer Ambrosius als “spektakels uit Alice in Wonderland” betiteld.  De gewassen met toegevoegde micronutriënten zoals Golden Rice krijgen van het NAS rapport een stempel van goedkeuring en er wordt verwezen naar de secundaire effecten van Bt-gewassen die de blootstelling aan gifstoffen van schimmels en pesticiden verminderen. Het NAS is overigens slechts één van de onderzoeks- en gezondheidsinstituten dat GE-gewassen niet risicovoller vindt dan hun conventionele varianten. In het rapport zelf wordt een overzicht gegeven van de overige instituten die tot dezelfde conclusie kwamen waaronder de AAAS (de organisatie achter het Science vakblad), het WHO en de Europese Commissie. Dit geeft al een heel ander beeld dan de voorzichtige conclusie van de heer Ambrosius.

Wensdenken

In de tweede paragraaf van het artikel bouwt Ambrosius verder op de brief van de Nobel laureaten. Het is wel ironisch dat hij juist de ondertekenaars van de brief verwijt dat hun standpunt niet op feiten is gebaseerd. Maar storender is het als Ambrosius vervolgens voorbij gaat aan één van de kernpunten van de brief omdat hij struikelt over het woordje “boeren”. In hun brief pleiten de laureaten er namelijk voor dat alle boeren toegang krijgen tot de moderne middelen. Er wordt niets gezegd over welke middelen moeten worden toegepast, of hoe die toegepast moeten worden. Het gaat puur over de beschikbaarheid, het uitbreiden van de potentiële gereedschapskist. Ambrosius is niet te spreken over de brede toepassing van het woord “boeren” en gaat hier zo in op dat de oorspronkelijke stelling niet meer aan bod komt. In plaats daarvan wekt Ambrosius de suggestie dat de Nobel laureaten een sinistere reden hebben om het woord “boeren” in de mond te nemen. De meeste van ons zullen het met de ondertekenaars eens zijn dat alle boeren de vrijheid moeten hebben om zelf te kiezen wat ze verbouwen. Dat recht zou niet op moeten houden zodra het over gentech gewassen gaat, een situatie waar veel landen nu nog in zitten.

Het valt me ook op dat de heer Ambrosius graag de Nobel laureaten in een verkeerd daglicht zet, maar bijna geen woord rept over de handelingen van Greenpeace. Vindt hij de vernieling van testvelden bijvoorbeeld niet kwalijk? Zelfs zijn eigen conservatieve interpretatie van het NAS rapport komt niet overeen met de misinformatie die Greenpeace tot nu toe verspreid heeft. De enige opmerking hierover komt in de eind conclusie waar even globaal wordt aangegeven dat Greenpeace minder radicaal moet zijn in haar oppositie. Het artikel in de Helling had de kritiek best wat eerlijker mogen verdelen. In plaats daarvan worden de motieven van de Nobel laureaten verder in twijfel getrokken door op hun financiering in te zoomen.

Hoewel we natuurlijk op moeten letten dat er geen fraude gepleegd wordt, is de aanwezigheid van financiering op zichzelf geen bewijs van fraude, er moet ook een element van bewuste misinformatie zijn. Bijvoorbeeld: Als een loodgieter tegen mij zegt dat de leidingen vervangen moeten worden, dan kan ik wel zeggen “ja, dat is in het belang van zijn bedrijf”. Maar als we in een keuken staan die blank staat dan heeft hij misschien wel gelijk. De mening van de Nobel laureaten komt simpelweg overeen met de mening van wetenschappelijke en toezichthoudende instanties die ernaar gekeken hebben. Het is dus gepaster om je af te vragen waarom sommige mensen of organisaties zo fel tegen hun oproep zijn. In plaats daarvan gaat het artikel van Ambrosius verder met een lofzang voor de nuchtere houding van Greenpeace als het om de 250 miljoen mensen gaat die aan vitamine A tekort lijden.

Greenpeace en Ambrosius lijken ervan overtuigd dat deze mensen wel toegang hebben tot een gevarieerd en gezond dieet maar om de één of andere reden toch alleen maar rijst eten. Dat is een zware inschattingsfout. De alternatieven methodes, zoals het promoten van een gevarieerd dieet, bestaan al langer dan het Golden Rice project. Het probleem is echter nog steeds niet opgelost. Golden Rice richt zich juist op de mensen die geen toegang hebben tot een gevarieerd dieet. Ze zouden graag eens een mango eten, maar kunnen die simpelweg niet betalen.

Gouden rijst

Het is wel vreemd om in deze paragraaf te lezen dat de voordelen van Golden Rice niet ontkend kunnen worden, terwijl dat precies is wat Greenpeace momenteel doet. Het artikel in De Helling verwees eerder zelfs specifiek naar een bron die deze voordelen in twijfel trekt. Ik hoop dat de heer Ambrosius begrijpt dat dit nogal verwarrend begint te worden. Bij de GGO’s an sich is hij negatiever dan zijn eigen bron, en bij Golden Rice is hij positiever dan zijn eigen bron, maar in beide gevallen wordt niet uitgelegd waarom.

Gelukkig heeft hij in dit laatste geval wel gelijk. Het Golden Rice Project is inderdaad een mooi initiatief. De patenten zijn aan het goede doel gegeven, de sponsoring is zelfstandig geregeld (er is dus geen geld van de andere oplossingen gebruikt), boeren mogen de zaden hergebruiken en als ze minder dan $ 10.000 per jaar verdienen (de doelgroep) dan kost Golden Rice niet meer dan gewone rijst. Ik vraag me dan oprecht af of Ambrosius het niet net zo frustrerend vindt dat een project dat zo goed bezig is toch zo belaagd wordt door organisaties zoals Greenpeace? Ik vraag me in ieder geval wel af waarom ze zo star zijn.

Verdeling van voedsel

Het argument, dat we genoeg voedsel produceren maar het niet goed verdelen, heeft een kern van waarheid. Als je al het voedsel op één hoop zou kunnen gooien en iedereen evenveel krijgt dan zou de huidige productie inderdaad al genoeg zijn om iedereen te voeden. De context suggereert echter dat GGO’s zich richten op nóg meer productie terwijl de eigenschappen die zijn ingebracht tot nu toe vooral om behoud gaan. De herbicide tolerante gewassen richten zich op het minimaliseren van concurrentie om voedingsstoffen en Bt gewassen produceren bestrijden vraat door insecten. Een andere zeer succesvolle toepassing is de Hawaïaanse papaya. Die is resistent gemaakt voor het ring spot virus dat in 1998 nog een crisis voor de boeren betekende. Juist de strijd tegen gentech draagt bij aan een situatie waarin probleemgebieden afhankelijk blijven van landen/bedrijven die eten verschepen. Daarom ben ik ook blij dat de Nobel laureaten oproepen om de heksenjacht op deze gewassen te staken.

Opvallend is dat het artikel van Ambrosius vervolgens vrijwel hetzelfde argument gebruikt als de brief die hij eerder bekritiseerde. In plaats van boeren is de bewering nu dat “producenten” gelijke toegang moeten krijgen tot “land, zaad, bemesting, inputs en krediet, infrastructuur en afzetmarkt”. Ongeacht of het zaad gentech zaad bevat, blijft dit een vreemde wending. Ik stoor me echter meer aan de loze waarschuwing voor grote machten met belangen. Dit is namelijk iets waar we oprecht voor moeten waken maar in plaats van uit te leggen hoe we daar correct me omgaan, gebruikt Ambrosius het als afschrikmiddel. We weten inmiddels dat er belangen spelen, de vraag is hoe we ermee omgaan. Een groot bord neerzetten met “PAS OP, GEVAAR!” helpt in ieder geval niet. Daarnaast negeert Ambrosius dat GGO’s momenteel al voor minder pesticide, hogere opbrengst en hogere winstmarges zorgen (figuur 1). Als we inzoomen zien we zelfs dat de winstmarge voor ontwikkelingsboeren nog eens 60% hoger uitvalt. Waar Ambrosius voor onderdrukking waarschuwt, lijkt dus vooral een kans te liggen voor boeren.

 

Figuur 1: De gemiddelde verschillen (in procenten) die de overstap naar gentech gewassen heeft verwezenlijkt. Er is gekeken naar opbrengst (yield), hoeveelheid pesticide (pesticide quantity), pesticidekosten (Pesticide cost), total kosten van productie (Total production cost) en opbrengst voor de boer (Farmer profit).
*** geeft aan dat er statistische significantie is gevonden op 0.01 niveau.
Bron: Klümper & Qaim, 2014

 

Ik moet mezelf wel enigszins nuanceren. Verderop in zijn artikel geeft Ambrosius wel een soort advies hoe we met de belangen van grootmachten om moeten gaan. Volgens hem is het antwoord nóg strengere regelgeving. Toch gaan ook hier mijn wenkbrauwen van omhoog. Ten eerste omdat er geen bron wordt gegeven voor deze bewering, maar ten tweede omdat het European Academies Science Advisory Council (EASAC) nadrukkelijk aangeeft dat de huidige situatie, o.a. vanwege de strenge wetgeving, averechts werkt. Nog strengere regulering zal het gat tussen kleine bedrijven en multinationals alleen maar groter maken.

Monocultuur

Ambrosius stelt hier dat “[…] het merendeel van het onderzoek en de ontwikkeling van GMO niet gericht op het resistent maken van voedselgewassen tegen plagen en ziektes, maar op resistentie tegen onkruidverdelgingsmiddelen (met name glyfosaat).” Ik weet niet precies wat Ambrosius bedoelt met plagen, maar de meeste boeren zullen onkruid toch wel als plaag beschouwen. Een efficiënte oplossing voor dat probleem is dus wel degelijk om een gif te spuiten waar je gewas tegen bestand is. Dat betekent overigens niet dat boeren onnodig sproeien. Pesticiden kosten geld en met je tractor het land opgaan ook. De exacte hoeveelheid hangt af van de situatie maar voor glyfosaat ligt het rond de 840 gram actieve stof per hectare. Dat komt overeen met de inhoud van één tot twee blikjes frisdrank op een oppervlakte van bijna twee voetbalvelden.

Het artikel van Ambrosius grijpt ook weer terug naar de inmiddels bekend uitspraak van het IARC dat glyfosaat “waarschijnlijk kankerverwekkend” zou zijn. Ten eerste even een duidelijkere uitleg wat het IARC nou daadwerkelijk heeft geconcludeerd. In het kort; de IARC classificering geeft aan dat een stof in sommige omstandigheden, bij een bepaalde hoeveelheid, een risico op kanker heeft. Het bespreekt niet hoe groot de kans is dat we de stof tegenkomen en niet aan hoeveel we moeten worden blootgesteld. Om wat context te krijgen, van alle producten die het IARC getest heeft is er slechts ééntje in categorie 4 “niet-kankerverwekkend” terecht gekomen. Dan is er nog het feit dat de IARC-uitspraak uitsluitend ging over beroepsmatige blootstelling aan glyfosaat. De resultaten zijn dus niet direct te vertalen naar risico voor consumenten, iets wat anti-activisten vaak wel doen. Volgens een later rapport van het WHO en de UN is het onwaarschijnlijk dat glyfosaat een risico op kanker veroorzaakt door blootstelling via het dieet. Maar ook al beperken we ons tot de beroepsmatige blootstelling, dan nog gaat dit weer in tegen het NAS rapport dat Ambrosius eerder citeerde. Daar wordt de IARC bevinding letterlijk besproken en verwezen naar de EFSA, die concludeert dat de classificatie van het IARC onterecht is. En daar zijn ze niet alleen in: Latere evaluaties van de IARC gegevens ondersteunen dit besluit. Ambrosius slaat de plank dus niet alleen mis, hij doet het op een manier die extra verwarring veroorzaakt. In het begin van het artikel was hij het er nog op conservatieve wijze mee eens dat GGO’s geen gezondheidsrisico’s met zich meebrengen, maar inmiddels concludeert hij dat GGO’s functioneel zijn in het veroorzaken van kanker. Dat is nogal een verschil.

Vervolgens verschuift de aandacht van de gezondheid naar het milieu, waar volgens Ambrosius zeer waarschijnlijk een direct effect is ontstaan. Omdat Ambrosius zich vooral richt op de herbicidetolerante (HT) en insectresistente (IR) gewassen, wil ik deze opmerking even in die context plaatsen. Bt gewassen heten zo vanwege de bodembacterie waar de eigenschap vandaan komt, Bacillus thuringiensis. Die wordt in de biologische en conventionele landbouw als pesticide gesproeid. Er is onderzoek gedaan naar de biodiversiteit in een gentech Bt veld en een veld waar Bt gespoten werd. In het gentech veld lag de biodiversiteit hoger. Dit komt voornamelijk doordat het gentech gewas alleen de insecten aanvalt die ook echt van het gewas eten. De overige rondvliegende insecten worden niet gestoord. Dit in tegenstelling tot het sproeien.

Glyfosaat wordt gekenmerkt als een stof die snel wordt afgebroken door bodemorganismen. Daarnaast stelt het boeren in staat om minder te ploegen, wat weer gunstig is voor het bodemleven t.o.v. andere pesticiden. Ik wil niet de indruk wekken dat glyfosaat een wondermiddel is. Het is gewoon weer een middel dat net iets beter werkt dan de alternatieven.

Armoede

Hier speelt Ambrosius met het idee dat veel boeren tegenwoordig niet meer kiezen voor het zelfstandig bewaren van zaden. Door de zaden in te kopen is de boer gegarandeerd van kwaliteit en homogeniteit, wat bij veel gewassen wel prettig is. Ik zou Ambrosius eens aanraden om de boeren die GGO’s verbouwen te vragen of ze het een probleem vinden dat ze jaarlijks nieuwe zaden moeten inkopen. De boeren die zich hierover hebben uitgelaten geven namelijk aan dat het een non-issue is.

Het is ook te gemakkelijk om maar gewoon te roepen dat er een monopolie is ontstaan terwijl we wetgeving hebben om dat tegen te gaan. In Amerika heet dit de antitrust law, in Europa de competition law. Als Ambrosius hier inhoudelijke kritiek op heeft dan hebben we een interessante disussie, maar dit soort oppervlakkige opmerkingen veroorzaken alleen maar vage onrust.

Eigendom van de mensheid

Hoewel het een interessante discussie is hoe we met octrooien in de landbouw om moeten gaan, legt Ambrosius niet uit welke beperkingen gesteld moeten worden en waarom. Een mogelijke andere kant van die medaille is namelijk dat een groot bedrijf moeiteloos aan de slag kan gaan met uitvindingen van kleine bedrijven. Ik vraag me bijvoorbeeld af of de Arctic Apple het overleefd had als Okanaga Fruits wel had moeten investeren in de wetgeving, maar vervolgens geen exclusiviteit zou genieten t.o.v. de multinationals wat betreft de verkoop.

Het artikel van Ambrosius slaagt er dus vooral in om hetzelfde te bereiken als de gemiddelde anti-GGO publicatie. Er wordt niet echt informatie verstrekt of concrete oplossingen gegeven, maar op het eind houdt de lezer er wel een vaag, beklemmend gevoel aan over. Dat is jammer, want de gemiddelde GroenLinks stemmer kan wel wat helderheid over dit onderwerp gebruiken. Er moet inderdaad een nieuwe overweging komen bij de strategie van genetische modificatie, maar die moet op feiten gebaseerd  zijn. Dat betekent o.a. een efficiëntere wetgeving, een duidelijk afweging waarin ook de voordelen worden meegenomen en erkenning dat er niet alleen aan de kant van GGO producenten belangen zitten maar ook aan de kant van milieuorganisaties. Het kan nog even duren voor we daar zijn, maar hopelijk helpt dit artikel alweer een paar fabels uit de wereld. Mocht je nog specifieke vragen of opmerkingen hebben, kom dan even langs op de facebookpagina MAMyths-NL of reageer op dit artikel.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s